Als ondergrond koos De Ammoniet voor toepassing van de ‘Onderdrukken No. 22’ (volgens de letterproef van 1907 van de Lettergieterij “Amsterdam”). Onderdrukken zijn ornamenten die men destijds toepaste bij waardepapieren. Het drukken daarvan, gebruikelijk in een lichte tint, is niet eenvoudig. Het fijne ornament loopt snel vol met inkt en alleen zorgvuldig drukken kan een gelijkmatig drukbeeld opleveren.

Bankbiljetten bevatten veelal afbeeldingen en daarvoor zijn twee negentiende-eeuwse galvano’s gebruikt (dat zijn met koper gegalvaniseerde loden drukvormen). Als letters voor de bijschriften koos De Ammoniet voor zakelijke, schreefloze typen en een cursief type met schreef. Een polymeer maakte het mogelijk de handtekening van de directeur en van de secretaris op te nemen. Als verborgen echtheidskenmerk koos hij voor minimale verschillen in de breedte van de nullen bij de waarde in cijfers. In het biljetnummer zijn het jaartal en de oplage verwerkt, de duiding ‘AMK’ (Ammoniet Milieukeur) en een 2 om aan te geven dat dit het tweede bankbiljet van de drukker is.

Bankbiljet